Negende Zaligheid - Heemkunde Werkgroep Reusel

Koptekst
Ga naar de inhoud
Menuknop
Mysterie van de 'Blaalse kei' nog onopgelost (Eindhovens Dagblad van 8 mei 2003)
Door Judith de Roy  (foto's toegevoegd door Thijs van der Zanden)
Reusel - De Heemkunde werkgroep Reusel heeft nog geen idee wie enkele dagen geleden de gigantische 'Blaalse kei' in de bossen van Reusel heeft geplaatst. Ook de gemeenten Reusel en Bladel tasten hierover volledig in het duister. Bij de politie is geen melding van diefstal gedaan. De 'illegale kei', de grootste van allemaal in het keienkunstwerk nabij de Grote Cirkel in Reusel, mag voorlopig blijven liggen, zo meldt de Reuselse HWR. Volgens Jan Lavrijsen van de HWR kan die de grap wel waarderen. Daarom mag de kei voorlopig bij de overige acht keien in het Reuselse bos blijven liggen. Maar als 'de dader' zich na verloop van tijd niet meldt en de megakei weghaalt, dan doet de HWR dat. De 'illegale kei' is er waarschijnlijk in de nacht van 30 april op 1 mei neergelegd. Hij ligt bij de overige acht keien aan het fietspad van Reusel naar Bladel.

Platte steen
De acht stenen symboliseren de Acht Zaligheden - Hulsel, Netersel, Eersel, Knegsel, Duizel, Reusel, Steensel en Wentersel (Wintelre). De overige dorpen in de Kempen worden gesymboliseerd door kleine platte stenen.
De keienwerkgroep van de HWR maakte het 'keienkunstwerk', dat in november 2001 werd onthuld.
Na een verhaal over 'de Blaalse kei' in een weekblad kwamen zondag honderden mensen een kijkje nemen bij de 'illegaal geplaatste kei'. Lavrijsen verwacht dat de kei is neergelegd door een 'grappenmaker' uit Bladel. Hij baseert dat op, in zijn ogen, gezonde rivaliteit tussen de gemeenten Reusel en Bladel. "En op het feit dat 'Bladel' vindt dat ze bij de Acht Zaligheden hoort". Volgens de Reuselse heemkundige is dat onterecht omdat alleen dorpen die op -sel eindigen bij de zaligheden horen. Wintelre hoort erbij omdat dat dorp in de Kempen bekend staat als Wentersel.
Nico van Limpt, voorzitter van 'Heemkundekamer Platella Villa' uit Bladel beaamt dat het dorp in zijn ogen bij de zaligheden hoort. Maar hij ontkent iets met de plaatsing van de kei in Reusel te maken te hebben. Hij vindt de grap overigens erg geslaagd.
Dat geldt ook voor de Reuselse wethouder J. Dierckx (Cultuur). "Als je een cadeau krijgt, moet je daar niet moeilijk over doen", zegt hij lachend, maar de grap mag geen afbreuk doen aan het keienkunstwerk, zo vindt hij. "Als de Reuselse heemkundigen van de steen afwillen, is het wellicht een geschikt cadeau voor het Bladelse gemeentebestuur". De 'illegale kei' leeft in het Bladelse gemeentehuis niet zo erg, zo weet een gemeentewoordvoerder te vertellen. Dat ie op de Markt in Bladel zal belanden, verwachten ze niet.

Kraan
De heemkundigen in Reusel wachten voorlopig af of de keienplaatser zich meldt en de kei weghaalt. Gebeurt dat niet, "dan leggen we hem op de Markt in Bladel", zegt Lavrijsen. Of, wanneer en hoe dat gebeurt, is nog onduidelijk. Wel is zeker dat hiervoor een kraan of iets dergelijks nodig is. De steen weegt volgens Lavrijsen zo'n 1500 kg. 'Hij' is met een afmeting van zo'n 1,50 meter hoog en zo'n meter breed meteen de grootste van alle keien die er liggen.
Steen van Blaol' in Reusel het gesprek van de dag (Eindhovens Dagblad van 12 mei 2003)
Door Jos Lavrijsen (foto's toegevoegd door Thijs van der Zanden)

Maandag 12 mei, REUSEL - 'Bladel wordt nooit geen Blaalsel, hoe graag Bladel ook bij de Acht Zaligheden wil behoren.' Het was een van de vele reacties van de tientallen fietsers en wandelaars die dit weekeinde een bezoek brachten aan het stenen kunstwerk van de Acht Zaligheden nabij de Grote Cirkel in Reusel. Daar is onlangs een extra grote steen neergelegd en is een groot bord gezet met de verklaring waarom Bladel wél tot de Zaligheden zou behoren. De extra steen was er dit weekeinde het gesprek van de dag.
Dertien fietsers en fietssters van de groep Onderweg uit Eersel meldden zich op zaterdag rond de klok van 12 uur. 'Een beetje jaloezie spreekt hier toch wel uit', was hun reactie. 'Bovendien had de steen best wel iets kleiner gekund. Typisch Bladel'. Ook fietser Van Montfort uit Bergeijk vond de steen wel erg groot: 'Een kleiner steentje voor Bladel was echt wel voldoende geweest'. Statenlid Lien Lavrijsen uit Hapert kwam ook kijken. Van de provincie mag die steen best blijven liggen, meldde zij.

Belangstelling
Op zondagmiddag rond de klok van 15.00 uur stonden ruim dertig nieuwsgierigen vol belangstelling te kijken naar de Blaolse Koai. Toon ten Have uit Reusel vond: 'Het lijkt wel of de steen er al jaren ligt. Maar hij hoort er echt niet bij'. Gust van Herk, ex-Bladelnaar, vond het knap wat ze gedaan hadden: 'Maar alleen Reusel heeft er voordeel aan'. Koos Timmermans uit Hulsel vond het weer typisch Bladels wat er gebeurd was. 'Dat er Blaalse wend was wisten we, m
aar dat die wend zo sterk zou zijn om hier een steen neer te leggen, nee dat had ik echt niet verwacht'.
Het echtpaar Zwolle uit Bladel meende een tipje van de sluier te kunnen oplichten. 'In het centrum van Bladel hebben ze de afgelopen paar weken een kunstwerk gemaakt met dezelfde stenen als de hier liggende kei. Volgens mij heeft de gemeente het met de leverancier op een akkoordje gegooid. 'Lever één steen meer dan de bestelling en alles is in orde.' Dus volgens mij heeft de gemeente Bladel deze steen gesubsidieerd. Daar moet maar eens geïnformeerd worden. Die weten meer'.
De heer en mevrouw Van Oosterhout uit Hapert vonden het een grappig idee. 'Dat er in deze tijd waarin er zoveel ellende op de tv is nog plaats is voor zo iets leuks, dat vinden wij prachtig'. Een medewerker van de gemeente Reusel kwam ook een kijkje nemen.
Regelmatig werd door de bezoekers de naam genoemd van taverne D'n Ouwe Brandtoren als sponsor van die steen. Frank Peters van het betreffende Reuselse café beklemtoonde ter plekke echter van niets te weten. 'Heb je misschien vingerafdrukken van mij gezien', was zijn vraag. Dat die steen daar neergelegd is op Reusels grondgebied was voor vele belangstellenden het bewijs dat Bladel erg jaloers is en dat daar gezocht moet gaan worden naar de daders.
Op een bord (hiernaast) wordt door de onbekende daders uitgelegd waarom Bladel bij de Acht Zaligheden hoort en Wéntersel niet. Het publiek wordt in staat gesteld door het invullen van briefjes een reactie te geven
Er lijkt weinig twijfel mogelijk: Bladel hoort bij de Acht Zaligheden (De Trompetter (Kempen) van 16 mei 2003)
Door anonieme schrijver (foto’s door Thijs van der Zanden toegevoegd)

De initiatiefnemers van de festiviteiten rond het Sniedersjaar 1975 in Bladel hadden moeite om een passende naam voor hun boek te vinden. Hoe zouden ze de gedegen en verantwoorde publicatie, die over de cultuur en de historie van hun mooie gemeente gaat, noemen? Juist door haar beroemde cultuurdragers, de gebroeders Snieders was Bladel verenigd met de andere Kempengemeenten, verenigde het ook het gewest Brabant met het aanpalende Vlaanderen. Bladel en Netersel, een gemeente dus met een aparte positie maar ook één die toch aansloot bij de omliggende Zaligheden. De uiteindelijke titel van het boek - De Negende Zaligheid, cultuurhistorisch beeld van Bladel en Netersel in de Acht Zaligheden - verraadt de gespleten identiteit en de twijfel van de jaren zeventig. Die onzekerheid blijkt historisch niet terecht.
Deze gedachten kwamen op toen enkele weken geleden het artikel over de mysterieuze steen van Negende Zaligheid op de voorpagina van deze krant de aandacht vroeg. Daarin werd gemeld dat het monument van de Acht Zaligheden dat door de Heemkundige Werkgroep Reusel (HWR) was opgericht, met één steen was uitgebreid. De tot nu toe onbekende daders geven aan dat zij met hun actie willen laten zien dat de HWR een fout heeft begaan door buurgemeente Bladel niet tot de Zaligheden te rekenen. Zij meenden dat dit onrecht ongedaan gemaakt moest worden en hebben op eigen initiatief de zogenaamde Historisch Wetenschappelijke Reconstructie van het verleden gecorrigeerd. Ten minste, dat is te lezen in de tekst op het mededelingenbord. Daarin wordt een aantal publicaties aangehaald dat het bewijs voor hun gelijk zou leveren en daarmee de HWR in het ongelijk zou stellen. Daarover wordt in het onderstaande verder uitgewijd en de bruikbare bronnen worden in een kader geplaatst.

Seligheden en zaligheden
Over het ontstaan van de term de Acht Zaligheden bestaat onder de heemkundigen
blijkbaar geen verschil van mening. De naam voor de dorpen in de Kempen is volgens hen voor het eerst gebruikt door Noord-Nederlandse militairen die in de jaren na 1830 in deze gebieden waren ingekwartierd. Koning Willem I wilde de zelfstandigheid van de zuidelijke provincies na de omwenteling van 1830 voorlopig niet erkennen. Om de scheiding met het jonge België ongedaan te maken had hij een aanzienlijke troepenmacht in de grensgebieden gelegerd. Een aantal dorpen in de Kempen had een naam die eindigde op –sel, afgeleid van het Frankische woord sala dat ‘huis’ of ‘woning’ betekende. De militairen noemden die kleine en onooglijke boerendorpen spottend ´de seligheden´. Maar gebruikten ze ook niet de term 'de Zaligheden, een begrip dat in de streek misschien al langer bestond? Het is een raadsel wie de term ‘de Zaligheden’ echt voor het eerst heeft gebruikt. Het lijkt onlogisch dat één van deze waarschijnlijk protestante soldaten op het idee is gekomen om de dorpen waarvan de naam op -sel eindigde tot Zaligheden te verklaren. Deze naam hoort thuis in de gedachtewereld en de naamgeving van het Roomse Leven. Het is mogelijk dat een aantal dorpen de naam Zaligheden al voerde voordat de militairen in dit gebied gelegerd werden.

Andere benamingen
Het is daarom interessant hier uit te wijden over soortgelijke benamingen die in de Kempen en omgeving in de 19de eeuw voorkwamen. Die zijn er wel degelijk. Het zijn benamingen die allemaal een katholieke achtergrond hebben en een aantal plekken met elkaar verbonden die op elkaar leken en bij elkaar lagen. Wat te denken van de ‘Zeven Heerlijkheden’, een heidegebied even ten zuiden van de abdij van Postel? Door Petrus Norbertus Panken, oud-onderwijzer uit Westerhoven en bij uitstek een kenner van de streek, wordt de naam Steen der Zeven Heerlijkheden genoemd. Daarmee doelt hij op een plek waar zeven dorpen met hun grenzen samenkomen. In Boxtel, even in noordelijke richting dus, wordt de naam de Twaalf Apostelen gebruikt voor twaalf arbeiderswoningen in een ´vrij armetierige wijk´. Zulke gebouwen met een dito benamingen waren er ook in Goirle, in Venlo en in Bunnik. In Eindhoven heetten tien van zulke woningen De Tien Geboden en in Gemert en Oss heetten ze, spottend of minstens ironisch bedoeld, De Tien Deugden. In Overpelt, maar ook in enkele andere Belgische gemeenten en ook weer Boxtel, kwam ook de naam Acht Zaligheden voor als daarmee ´werkmanswoningen aan de kiezelweg naar Neerpelt’ bedoeld werden. De Acht Zaligheden in de Kempen stonden dus niet alleen. Met zulk een benaming werd een groep van plaatsen bedoeld die aaneensloten lagen en meestal als tamelijk armoedig bezien werden.

Reusel een lesje leren?
Maar nu terug naar de bronnen die Bladel ook een plaats geven bij de Acht Zaligheden.
Er blijken hierover aanzienlijke meningsverschillen te bestaan. Tot dusver heeft de heemkundige vereniging Pladella Villa zich officieel nog niet geroerd in de discussie. Zij wordt toch vaak genoemd in het rijtje mogelijke daders. Of moeten die gezocht worden bij andere elementen in de Kempische heemkundige genootschappen die hun broeders en zusters uit Reusel een lesje willen leren? Of zijn er misschien toch mensen uit de Reusel die voor de actie verantwoordelijk zijn? Het moge in ieder geval duidelijk zijn dat de daders niet over één nacht ijs zijn gegaan. Het lijkt een krachttoer om zulk een enorme natuursteen op het geplande tijdstip in de bossen bij de Grote Cirkel te krijgen. De plaatsing van de kei is onderbouwd door een uitgebreide lijst van historisch wetenschappelijk erkende bronnen die de prominente plaats van Bladel onderschrijven.

Bronnen
'Tusschen de nederige dorpen die in de Kempische vlakten verspreid liggen, staat de gemeente Bladel - in de plattelandsche taal Blajel en Blaojel genoemd - als een van de voornaamste van de Acht Zaligheden aangeteekend'. Dit citaat uit het werk van de heer Welvaarts, archivaris van de abdij van Postel, uit 1890 geeft waarschijnlijk goed aan hoe er in die tijd gedacht werd over de Acht Zaligheden. In een voetnoot vermeldt Welvaarts: Onder die benaming komen nog de omliggende dorpen voor: Duizel, Eersel, Hulsel, Knegsel, Netersel, Reusel en Steensel. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat in de Voorrede, de inleiding, de schrijver een opmerking noteert die hij - waarschijnlijk later – heeft gehoord: Volgens sommigen hoort Bladel niet bij de Acht Zalig- of Seligheden omdat het niet op -sel eindigt. De eerste mening van Welvaarts wordt echter door andere bronnen uit de 19de eeuw ondersteund. Al in 1845 legde Cr. Hermans de namen van het achttal vast in zijn - Geschieden Aardrijkskundige Beschrijving der Provincie Noord-Brabant - waar hij Bladel naast Eersel de hoofdplaats van de Acht Zaligheden noemt. Mr. F.J.E. van Zinnicq Bergmann wijdt in zijn zeer geleerd werk - Het voormalig hertogdom Brabant, een geschied- en regtskundig onderzoek naar den staatkundigen toestand van dat land - uit 1856 een bladzijde lang uit over de herkomst van het woord sala en noemde bij de daarvan afgeleide –sel-dorpen ook Bladel.

Spot- en bijnamen
De eerder genoemde Panken noteert in zijn geschiedverhaal van Eersel, geschreven na 1883, dat Bladel wel degelijk lid is van de groep der Zaligheden. Terloops haalt hij zijn gram tegenover de Hollandse militairen die de dorpen zo denigrerend – seligheden – genoemd hebben maar ook naar schrijvers, bedoeld is Jan Renier Snieders uit Bladel, die den spot drijven met de rechtschapen bevolking dezer kleine, nederige en niet zeer bemiddelde dorpen. Een volgende bron die Bladel bij de Zaligheden plaatst, is het boek - Nederlandsche Volkshumor - uit 1930. De gezaghebbende verzamelaar van spot- en bijnamen J. Cornelissen noteert daar achter de naam Bladel: de Acht Zaligheden. Een volgende getuige is de heer A.P. de Bont uit Oerle. In 1958 schrijft hij als dialectkenner in het -Vocabularium bij zijn Dialect der Kempenland - dat Bladel bij de zogenaamde Acht Zaligheden hoort, hoewel de naam niet eindigt op –sel of –zel.

'Wentersel' uit de hoge hoed
Ondertussen is er een plaatsvervanger voor Bladel in het rijtje van de Zaligheden opgedoken. In zijn boek - Noord-Brabant, een gewest in opkomst - uit 1949 noteert de heer Van Velthoven dat de plaatselijke bevolking de naam van het dorp Wintelre uitspreekt als Wentersel en dus als eindigend op -sel. Dus ligt het blijkbaar voor de hand Wintelre aan te duiden als één van de Acht Zaligheden. Daarmee is het konijn uit de hoge hoed en als bij toverslag wordt dit dorp in bijna alle latere publicaties als één van de Acht Zaligheden genoemd.. Maar gelukkig kwam er al snel reactie op de suggestie van Van Velthoven. De Bont schrijft over een enquête-uitslag uit 1952. Men constateerde naar aanleiding van de ‘Wintelreverklaring’ van niet-Kempenaren dat geboren en getogen Kempenaren het met die visie niet eens kunnen zijn. Bij het onderzoekje in Eersel werd Bladel steeds genoemd als vast onderdeel van de Acht Zaligheden. Ook in Bladel zelf lijkt men wat in de war gebracht. Vandaar in 1975 de twijfel over de plaats van Bladel en de titel  - De Negende Zaligheid - die aan het jubileumboek uit 1975 werd gegeven. De twijfel lijkt ten onrechte te zijn gerezen.

Wie de grootste steen?
Concluderend kan gezegd worden dat de naam Zaligheden weinig of niets te maken blijkt te hebben met de uitgang –sel. De term werd in de19de eeuw gebruikt om soortgelijke armoedige aaneengesloten geografische plaatsen aan elkaar te koppelen. Bladel hoorde er blijkens de bronnen uit de 19de en de eerste helft van de 20ste eeuw steeds bij. Na de publicatie van Van Velthoven uit 1949 verdwijnt Bladel ten onrechte uit beeld. Voor de HWR, de Heemkundige Werkgroep Reusel, lijkt er nu een probleem te zijn ontstaan. Zij zullen moeten aantonen dat de steen ten onrechte bij hun monument is geplaatst. Een beroep op de uitgang –sel lijkt onvoldoende. Voorlopig kan alleen in het voordeel van de HWR gezegd worden dat, wanneer het gaat om de bredere betekenis van het begrip de Acht Zaligheden, ook andere armoedige Kempische dorpen als daar waren Hooge en Lage Mierde, Hapert, Casteren, Hoogeloon, Vessem, Oerle en natuurlijk ook Wintelre een plaatsje op het monument verdienen. Maar wie er dan recht heeft op de grootste steen?


Mie Moors en haar Blaolse Wéndbuil
Van de onbekende dichter die als schuilnaam paulcez heeft ontving ik het volgende gedicht en bijgaande foto  

Ode aan de ziel der zaligheden
Kijk nou toch zo'n chique meneertje
zag u hem laatst ook misschien?
Op zijn hoed een pauwenveertje,
over zijn arm een gabardine
Vergist u niet, het is geen saaie
hij deed zelfs aan partnerruil
Maar pas op als het gaat waaien
valt hij zich makkelijk een buil
Met wandelstok, gelakte schoenen
paradeert hij deftig rond
Schijnt dat Mie Moors hem wel wou zoenen
en ook hij bij haar de liefde vond   
Hij heeft verpand sinds voor altijd
geloof mij op mijn woord
zijn hele ziel en zaligheid
aan Blaal, dat winderig oord
Van de Franse Hoef tot d'Achterste
zijn ze uiterst gecharmeerd
van zo'n parmantig manneke
dat hún Blaal nog steeds regeert  
 ( …en die van Reusel zijn zo kwaad
dat zo'n gratie hen niet staat )
Het geheimzinnige Steenmenneke    
In de TROMPETTER KEMPEN van vrijdag 16 mei 2003 stond bij het artikel 'Bladel hoort bij de Acht Zaligheden' nevenstaand gedicht van een onbekende schrijver. Er wordt met het gedicht een verband gelegd naar Bladel dat in het artikel wordt aangeduid als één van de Acht Zaligheden. Ook wordt het geheimzinnige menneke gekoppeld aan Mie Moors de trots van Bladel die in het centrum een standbeeld heeft gekregen. Opvallend is dat het gaat om een chique menneke met 'op zijn hoed een pauwenveertje en aan zijn lijf een gabardine'. En let ook eens op zijn deftige wandelstok en lakschoenen.
Wat er met dit gedicht bedoeld wordt en wie het gemaakt heeft blijft gissen. Komt de dichter uit Bladel of uit Reusel misschien, wie weet het?
Heeft u een idee dan wordt u uitgenodigd dit te melden in het gastenboek van deze website.
Bladel moet geen Negende Zaligheid willen zijn (Eindhovens Dagblad van 20 mei 2003)
Door Jeroen van Sambeeck  (foto toegevoegd door Thijs van der Zanden)  

Dinsdag 20 mei, EINDHOVEN - Bladel hoeft niet treurig te zijn dat het dorp niet wordt gerekend tot de Acht Zaligheden. Het is namelijk een spotnaam, die de Kempendorpen kregen omdat 'schraalhans er keukenmeester was'.
Dat zegt historicus prof. dr. Gerard Rooijakkers van de Universiteit van Amsterdam. Hij neemt geamuseerd kennis van de dorpsrel die momenteel gaande is tussen Bladel en Reusel. 'Het is Radio Bergeijk in het echt. De werkelijkheid is nog gekker dan je kunt naspelen', zo verwijst Rooijakkers naar het VPRO-radioprogramma.
Het gedoe tussen beide dorpen begon ruim een week geleden toen een enorme kei werd geplaatst bij de acht keien van het Acht Zaligheden-monument in Reusel. De kei zou afkomstig zijn uit Bladel. Niemand heeft de actie opgeëist. Als 'daders' zijn genoemd de heemkundekring uit Bladel en stichting Jeugdbelangen uit Reusel.
Hoe dan ook. De actie heeft geleid tot gepeperde ingezonden stukken in plaatselijke bladen en tegenacties. De grote kei is door onbekenden aangekleed en in Bladel verrees naast het standbeeld van de legendarische Mie Moors een levensgrote aangeklede pop die een 'Blaalse wendbuil' (blaaskaak) moet voorstellen.
De discussie over welke Kempendorpen zich een 'zaligheid' mogen noemen, zal waarschijnlijk nooit eindigen. Deskundigen, maar ook mensen die daarvoor doorgingen, spraken elkaar in het verleden op dat punt tegen. Tegenwoordig wordt toch als vaststaand feit aangenomen dat het moet gaan om Eersel, Steensel, Duizel (vroeger Duisel), Knegsel, Netersel, Reusel, Hulsel en Wintelre (in dialect Wintersel).

Militairen
'In de tijd van de Belgische vrijheidsoorlog in 1830 en direct daarna waren in de grensstreek veel militairen gelegerd', aldus Rooijakkers. 'Er waren veel redelijk ontwikkelde mannen uit het noorden van het land bij die een veel beter leven gewend waren dan ze kregen in de Kempen. Ze klaagden er over in dagboeken en brieven.'
Het achtervoegsel -sel in acht plaatsnamen werd aangegrepen voor de spotnaam 'selligheden'. Dat achtervoegsel komt van het Frankische salla, dat huis betekent. 'De spotnaam is op een wijze tot stand gekomen zoals een straat vol krotten in de volksmond Paleisstraat gaat heten', aldus Rooijakkers, die een autoriteit is op het terrein van de historie van Brabant. 'De militairen stonden slecht bekend in de Kempen. De pastoors preekten over hun verderfelijke invloed. In die periode was er een piek aan onwettige kinderen.'
De hoogleraar is niet verbaasd over het gekissebis over de Acht Zaligheden. 'In de Kempen hebben Eersel en Bladel zich altijd al beter gevoeld dan andere dorpen. Eersel heeft dat heel sterk ten opzichte van Bergeijk en Bladel heeft het hoog in de bol tegenover Reusel.'
De spotnaam 'zaligheden' werd door de jaren heen een geuzennaam, die ook door horeca en toerisme werd ontdekt. Rooijakkers: 'De Acht Zaligheden werden voorgesteld als een streek waar het juist goed toeven is. Bladel wil graag meeprofiteren van dat beeld. Aan de geschiedenis heeft men geen boodschap.'

Bladel is de tiende zaligheid (De Trompetter (Kempen) van 23 mei 2003)
Door A.C. Maas (foto’s door Thijs van der Zanden toegevoegd)

De onderste steen boven
In de vorige Trompetter stond een artikel waarin beweerd wordt dat Bladel bij de Acht Zaligheden hoort. De anonieme en deskundige auteur, hoogstwaarschijnlijk een erudiet man uit Bladel, gaat als volgt te werk. Hij citeert zes bronnen uit de periode 1845 tot 1930 die Bladel rekenen tot de Acht Zaligheden, namelijk de heren: C. Hermans (1845), F. van Zinnicq Bergmann (1856), N. Panken (1883), I. Welvaarts (1890), J. Cornelissen en A. de Bont (1958). In 1949 constateert hij een dramatisch voorval: een zekere Van Velthoven rekent Wintelre (Wentersel) wel tot de Acht Zaligheden en Bladel niet. Ook in Bladel slaat de twijfel toe en het laat zich in 1975 de negende zaligheid noemen. Vandaar de negende steen, die nu in Reusel tentoongesteld is. Maar helaas… Bladel is waarschijnlijk niet de achtste en ook niet de negende zaligheid. Tijd om de zaken eens goed op een rijtje te zetten. Zaligheid is in dit geval uiteraard een bijnaam. Op grond waarvan is deze gebruikt? Dat is de vraag. Er zijn twee theorieën: het gaat om plaatsnamen die eindigen op -sel  of het gaat om een (spot-)benaming die de leefsituatie in een plaats aangeeft (daar is het leven zalig of net niet). Bladel kan niet een zaligheid genoemd worden op grond van het taalkundige kenmerk, want het eindigt niet op –sel, ook niet in mondelinge varianten. De Acht Zaligheden gezien als plaatnamen op -sel zijn: Duizel, Eersel, Hulsel, Knegsel, Netersel, Reusel, Steensel en Wintersel (Wintelre). En Sterksel en Woensel dan? Waarschijnlijk zal hier opgemerkt worden dat Sterksel en Woensel niet in De Kempen liggen. Dan rijst echter weer de vraag wat we met De Kempen bedoelen? Waarom tellen de dorpen in de Belgische Kempen niet mee (zoals Kessel, Dessel en Zoersel). Op de markt in Zoersel kunt u een fietstocht beginnen die 'Achtzalighedenpad' heet. Dessel en omgeving is bezit geweest van de abdij van Corbie (later Floreffe en daarna Postel) en de geschiedenis van deze plaats vertoont allerlei raakvlakken met die van Reusel en Bladel. Waarom zou Dessel dus niet een van de zaligheden kunnen zijn? We kunnen de zaak misschien duidelijker maken door uit te gaan van plaatsnamen op –sel in het oude kwartier Kempenland. Woensel lag echter wel degelijk in dit kwartier, terwijl Sterksel in het kwartier Peelland lag. Als we van het kwartier Kempenland uitgaan mogen we Sterksel laten vallen en moeten we Woensel meetellen, en Woensel is dan – taalkundig gezien - de negende zaligheid. De naam Wintelre toont aan dat het schriftbeeld af kan wijken van de spreektaal, en de gesproken taal dient juist voorrang te hebben bij het zoeken van de betekenis. Schriftbeelden zijn vaak een vorm van 'gecorrigeerde' taal.
  
De afleiding
Hebben de genoemde plaatsen die eindigen op 'sel' iets gemeenschappelijks in de oorsprong van hun namen? Volgens de Eerselse historicus en archeoloog A.D. Kakebeeke gaat 'sel' terug op 'sala' en dat woord betekent 'veehoeve'. Bij een heerhoeve of heem hoorden randhoeves met voldoende weidegronden en dat waren sala’s. Maar niet alle geleerden onderschrijven deze afleiding altijd. Met betrekking tot Sterksel denkt de plaatsnaamkundige Maurits Gysseling inderdaad aan het Germaanse woord 'starkusali' dat 'it één ruimte bestaand huis' betekent, maar dan heeft hij het alleen over het woorddeel 'sali'. Eenzelfde uitleg geeft hij bijvoorbeeld ook aan het woord Steensel. Steensel is volgens hem Stainasali, dat wil zeggen ,staina, (steen) en 'sali'. Maar een andere uitleg geeft hij aan het woordje 'sel' in Eersel en Hulsel dat dan volgens hem  'lauha' (= loo = bosje) betekent. Dus: het 'lauha' (loo, bos) van Eras (de persoon Ero) en het 'lauha' (loo, bos) met 'hulisa' (= hulst, dus hulstbos). Het woord 'lauha, loo, bos' komt in de Kempen veelvuldig voor en treffen we ook aan in de naam Bladel. Maar dat betekent natuurlijk niet dat we er Blaadsel van kunnen maken en dus een taalkundige zaligheid.
  
De naam Bladel
De abdij van Postel noemt in 1173 en 1219 Bladele en de abdij van Echternach spreekt in dezelfde periode van Pladele. Vaak wordt verteld dat deze naam te maken heeft met bladeren en loofbos. Bladeloo zou dan betekenen: de plaats waar de bladeren en de loofbomen zijn, 'bladerbos' dus. Deze uitleg klinkt niet erg overtuigend wat betreft het woorddeel 'blad'. Nog minder geldt dat voor een afleiding van 'bladum' (= graan). Welvaarts merkt op dat Bladel in de 'plattelandsche taal Blajel of Bloajel' genoemd wordt en in een boekwerkje van 1962 staat de Ballade van het oude Blaal. En volgens H. Knippenberg schijnt er een vriendelijk bedoelde spotnaam 'Bloaielse Zwetsers' te zijn, maar dat is niet wetenschappelijk uitgezocht. De uitgang 'el' komt waarschijnlijk inderdaad van het woord 'loo' 'lauha' dat doorgaans 'bosje op hoge zandgrond' betekent. De betekenis van Poppel was 'het bosje van pop' (we weten echter niet wie of wat pop was) en Postel was waarschijnlijk het bosje waar post (een bessensoort) groeide. Wat Bladel betreft moeten we het voorlopig houden op 'het bos van of met Bla' (Blalo, Blaal, Blajel, Bloajel).  
  
Een paradijs?  
Nu de andere theorie. Die zegt dat zaligheid gewoon ironisch bedoeld is en niet een paradijselijke streek betreft, maar juist slechte grond en veel armoede. Maar tegen deze theorie is een zwaar argument in te brengen. Ik zal me binnen de perken van het kwartier Kempenland houden. Waarom zouden in deze visie acht plaatsen een zaligheid zijn en de andere niet? Waarom wel Eersel en Duizel maar niet Hapert? Waarom wel Netersel maar niet Casteren (die lang innig met elkaar verbonden waren)? En waarom Bladel wel dat even dicht bij Hoogeloon en Hapert ligt als bij Reusel?  We moeten met deze zienswijze helaas korte metten maken. Ze is niet te verdedigen. Ook volgens deze benadering is Bladel geen dorp dat tot een groep van acht of negen zaligheden gerekend kan worden.
  
De oplossing
We zijn niet op deze aarde om problemen te maken, maar om ze – waar mogelijk - op te lossen. Deze visie deel ik. Laten we de kwestie ernstig onder ogen zien: we gaan uit van het oude kwartier Kempenland, en dan moeten we Woensel en ook Wintersel meetellen bij de sel-plaatsnamen en zo komen we op negen zaligheden. Daar zit Bladel helaas niet bij, en dat is te betreuren. Tegenwoordig is het oplossen van problemen een vaardigheid die met slagvaardigheid in verband gebracht wordt. Maar daarmee komen we er in dit geval niet. Ik pleit voor een nederige toewending naar het verleden. Het geeft toch geen pas om zomaar voorbij te lopen aan de visies van historici uit de periode uit de negentiende en twintigste eeuw. Zij zagen in Bladel een zaligheid. Best kans dat zij iets zagen wat wij niet (meer) zien. Op basis van dit argument pleit ik ervoor om open te houden dat Bladel een zaligheid is. Maar dan wel graag consequent zijn. Bladel is ofwel helemaal geen zaligheid of het is de tiende. Ik pleit uit praktische en toeristische overwegingen voor het laatste. Het deponeren van de negende kei in Reusel is in deze visie een belangrijke stap in de goede richting. Het is echter nog een stap te weinig. Het wachten is op de tiende steen.
Wie legt de tiende neer?
Nog meer zaligheden (De Trompetter (Kempen) van 6 juni 2003)
Door Ad. Maas (foto door Thijs van der Zanden toegevoegd)

Leende
Op het artikel over Bladel als tiende zaligheid zijn enkele interessante reacties gekomen. Sommige lezers werpen de vraag op wat we onder de Kempen moeten verstaan en enkele andere personen zeggen dat Luyksgestel ook in aanmerking komt als zaligheid omdat het in het dialect Luykgessel genoemd wordt.
Over de omschrijving van de Kempen kunnen we kort zijn: Woensel hoort er inderdaad niet bij als je uitgaat van wat we nu in onze regio onder de Kempen verstaan. We spreken immers op allerlei terreinen van Eindhoven en de Kempen. Ik moest echter ten aanzien van het historische probleem van de zaligheden het gebied van de Kempen vaststellen en ik heb gekozen voor het kwartier Kempenland voorzover dat binnen het huidige Nederland valt, en daar valt best een en ander tegenin te brengen. Mijn keuze komt overeen met de keuze die Cor Hoppenbrouwers maakte in zijn prachtige boek De taal van Kempenland. Ik kom zo dadelijk op deze kwestie terug. Nu naar Luyksgestel, dat wil zeggen: Gestel in het bisdom Luik.
Namen als ‘gestel’, ‘gastel’ en ‘gistel’ zijn afgeleid van de woorden gaista (= hoge zandstrook nabij een moeras of laag gebied) en lauha (= loo= bosje op hoge zandgrond). Deze afleiding is volledig op Luyksgestel van toepassing. Wie nabij de Postelhoeve de uitgezette wandeling maakt, ziet onderweg dat deze afleiding klopt. Sommige erkende zaligheden zijn niet afgeleid van sala maar van lauha of ‘loo’ en ik noemde als voorbeelden Eersel en Hulsel. Luyksgestel komt op dit punt met deze plaatsen overeen. Het gaat om het Luikse ‘gaista-loo’.
  
Deftiger
Nu wordt het punt of Luyksgestel een correctie is van Luyksgessel belangrijk. Even terug naar Wintelre. Sommige taalkundigen denken dat Wintelre ontstaan is uit Winterle (= Winterloo = Winterlauha) maar er is ook een verhaal dat de naam ‘Wintersel’ de autentieke naam is en dat deze naam deftiger gemaakt is (een correctie van de spraak) door er Wintelre van te maken. Dit lijkt mogelijk en aannemelijk. Bij Luyksgestel ligt de zaak wat anders: het kan  best zijn dat van Luyksgessel gesproken wordt, maar in andere gevallen van ‘gestel’, ‘gastel’, ‘gistel’ wordt de ‘t’ wel uitgesproken en het grondwoord gaista vertoont ook een ‘t’. Daarom heb ik Luyksgestel niet meegeteld in het verhaal over de zaligheden. Bovendien lag Luyksgestel niet in het kwartier Kempenland, en dat gebied had ik gekozen om de term De Kempen hanteerbaar te maken. Negen plaatsnamen in het oude kwartier Kempenland eindigen op ‘sel’ (ofwel van ‘sala’ ofwel van ‘lauha’) en dat is naar mijn mening wel een voorwaarde om van een echte taalkundige zaligheid te mogen spreken. Dat ik Bladel als tiende zaligheid opvoerde, met enige ironie, deed ik met een beroep op belangrijke historici die Bladel als (negende) zaligheid beschouwden. Maar eerlijk gezegd: als ik op deze manier Bladel mee opstuw in de vaart der volkeren, dan had ik ook Lommel mee kunnen tellen. Lommel lag namelijk wel in het kwartier Kempenland, maar ligt sinds 1807 in Belgenland, en plaatsen in België telde ik ook niet mee. Dus bij wijze van uitzondering: alleen Bladel, de tiende zaligheid. Maar ik denk niet dat we al uitgeteld zijn.
Teksten geschreven door bezoekers van het monument de Acht Zaligheden (De Trompetter (Kempen) van 6 juni 2003)
Foto door Thijs van der Zanden toegevoegd

De zalige steen van Bladel heeft veel losgemaakt. Niet de steen zelf - die ligt nog keurig bij het monument in Reusel - maar wel veel reacties. Een bloemlezing:
Nou Wentersel nog opruimen.  
J. Brock  

Een supergrap!!! Bladel hoort er ooi bij!!!  
Lisa  

Bladel is en blijft de hoofdstad van de Zaligheden.  
Een Bladelnaar  

Goeie grap, die van Bladel. Er had wel een ijsco moeten staan. De steen gaat weg, wat een peg.  
Evelien Vosters (10 jaar)  

Ja, kort en bondig, ja. Bladel heeft altijd al tot de 8 Zaligheden behoord totdat een stelletje overactieve heemkundige wetenschappers (lees Reuselnaren) ze onder het mom van ‘soms moet je de historie een handje helpen’  gewipt hebben en omdat er niks anders voor de hand was van Wintelre Wentersel gemaakt hebben, de Judassen.

Nou de kei van Wentersel nog ruimen en de historie is hersteld.  
A.C. Roijmans, Bladel  


Bekijk de steen van Bladel eens goed!
’Ruw’ aan de voorkant maar….  
Een gladde rug!!  
… uit Middelharnis.  
Dit steen goed maakt rijk dom!  
Mark  
Ik wist niet dat Bladel een ziel had die niet met de wind weggewaaid was.  
De 4 Musketiers  
Maak je niet zo druk maar ben heel goed voor elkaar.  
Dat is veel beter.  
F.S.  
In Bladel is een Hema.  
Waar kun je die anders vinden?  
Voor mij zijn alle plaatsen en stenen mooi.  
Ook Schiedam.  
Truus Vollebregt.  
Acht dorpen vernoemd naar manieren om zalig te worden.  
Bladel hoeft daar niet bij.  
Daar is het al zalig.  
J.P.jr te B.  
Al verdwijnt de steen, de discussie zal blijven.  
Dus, laat de echte heemkundige eens opstaan.  
Het monument heeft de laatste twee weken meer publiek getrokken dan de laatste twee jaar bij elkaar.  
J.J. te R.  
In Reusel zullen ze hem wel 'de steen des aanstoots' noemen  
Maar in Bladel denken ze nou: 'Zo, nou is Reusel aan stoot!!'
Ik hoop dat er veel zalige zielen met elkaar zullen blijven omgaan.  
Een Zalige ziel uit Reusel en één uit Bladel.  
  
Laten de Acht Zaligheden hun ziel ‘Bladel’ behouden.  
  
Bladel laat Reusel een poepje ruiken.  
Penson  
  
Hoe burgerlijk!!!  
We zijn wat we zijn.  
  
Groetnis út Fryslân, Ljouwert.  
Bjusterbaerlijk plak.  
  
Er zijn 8 zaligheden nodig om de 9de te kennen.  
P.F.M.  
  
Gun Bladel ook wat!  
De zes zussen.  
  
De waarheid over de negen Zaligheden houdt veel mensen bezig.  
Velen met het zoeken en sommigen met het vluchten er voor.  
De daders  
  
Zaligheden hebben we niet snel teveel  
Dus gun Bladel de eer en verander de naam in de 9 zaligheden.  
(Hou wel ruimte voor uitbreiding)  
  
Erg leuk, zeker voor kinderen.  
  
Bladel had de kans gehad bij de herindeling:  
had het toen maar Netersel genoemd.  
  
Ze blaozen in Blaal altijd alles op maar het is niks!  
  
Heel plezant op die grote stenen!  
Ginte, Chiel, Leonieke, Emma.  
  
Ik, als overloper van Reusel naar Blaol,  
Merk in het dagelijks leven weinig verschil qua 'zaligheid'.  
Alleen, aan die 'Blaolse wend' wen je nooit…  
James 18-5  
  
Vanaf het begin duidelijk: JJ, de keioloog van Reusel daagde Bladel uit om de historische discussie aan te zwengelen. Terecht, een – late - reactie.  
De Bladelse steen staat het mooiste: zonder sokkel.  
Te veel prullenbakken, banken en bordjes, een kermis: oerlelijke kitsch zo.  
Maak één bord met discussie daarop.  
Geef Bladel en Wintelre een bijzondere kleur.  
Sokkels, bankjes en bordjes etc. weg: sober is het mooist!!  
  
Tip Reusel: hang een jas op het grensmonument bij de Neterselse heide, het driegemeentenpunt. Dat als reactie.  
Breng de steen gewoon terug naar de Markt in Bladel!!  
BB te Bladel, 5/5/03  
  
Een cultuur-arme Blaolse sirene  
Begreep helemaal niks van die stenen  
Daarom verloor ze haar eer  
Aan een barmhartige heer  
En neemt binnenkort weer de benen.  
 
Die verdraaide Blaolse sirene   
Weet meer dan genoeg van deez’ stenen  
Ze komt cohabiteren met acht zalige heren  
Om daar zelf meer eer aan te ontlenen  
  
Te wonen in Bladel is zalig!  
Zingen wendbuilen driewerf eenparig  
Niet toe mogen treden  
Tot d’Acht Zaligheden?  
Is dat nou niet keihard schandalig!  
De steen van de negende Zaligheid (slot?)   
Van ‘Wa’n Circus’ naar ‘Rust…wa’n zaligheid’   
door Harrie Fiers

Reusel - Zelden heeft een stunt van Stichting Jeugdbelangen Reusel in de afgelopen veertig jaar de gemoederen in de Kempen zo bezig gehouden als de afgelopen maanden. Er werden allerlei serieuze en minder serieuze bespiegelingen gehouden over de vraag of Bladel wel of niet bij de Zaligheden zou horen. Aanleiding voor deze discussie was het plaatsen van een enorme steen, een Blaalse Kaai, op 1 mei, bij het monument van de Acht Zaligheden dat twee jaar geleden prominent door de Heemkundige Werkgroep Reusel was opgericht. Enkele bestuurders van SJB, samen met één bondgenoot van de heemkundige vereniging en één ambtenaar op het gemeentehuis, hebben wekenlang gezorgd voor in ieder geval een enorme toeloop van belangstellenden naar het monument bij de Grote Cirkel in de Reuselse bossen. Hoe is het met de actie en de Blaalse Kaai verder afgelopen?
Op het terrein aan de Mierdseweg, de Wilgenspot, heeft de geest van de Gloeiige eindelijk zijn laatste rustplaats gevonden. Daar, onder de wortels van een rode beuk, verankerd in de Reuselse grond, zal hij voor altijd veilig zijn. In het Deken van der Weepark, achter de kerk, is nu alleen nog het gat te zien waar de plaquette heeft gestaan die de vorige rustplaats van de goede geest van de Reuselse bevolking symboliseert. Een goede geest, dat wel, maar een geest die de afgelopen maanden onder vuur heeft gelegen van een wel heel vijandig gestemde soortgenoot uit de buurgemeente Bladel. Zwarte Kaat was danig in haar wiek geschoten omdat zij geen uitnodiging had ontvangen voor het feest ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van Stichting Jeugdbelangen Reusel. In een poging om tweedracht te zaaien onder de brave burgers van de buurgemeente had Bladelse Kaat een enorme kei achtergelaten bij het Reuselse monument. De Reuselse wetenschappers van de HWR dachten genoeg te hebben aan acht forse stenen, Acht Zaligheden, ja toch, maar Bladel had al meerdere malen een plek opgeëist. En, zoals men van de Blaalse wend gewend is, zou dat een vooraanstaande plaats worden. De wraakzuchtige Kaat wist dat ze met deze actie de Reuselse geest diep zou kunnen krenken.

Heksentoer
Op het terrein aan de Wilgenspot wordt meteen na de afsluiten van de jeugdvakantieweek een begin gemaakt met het opruimen van het podium en de tent. Het is een stoffige vlakte waar tientallen vrijwilligers heen en weer sjouwen met steeds weer andere spullen: tentzeilen, jerrycans, houten palen, emmers. Voorzitter van SJB, Ruud van Cuyk, ziet het allemaal met een tevreden gezicht gebeuren. Net als de week zelf loopt ook het opruimen weer als een trein. Maar voorzitter, hoe is het ook weer allemaal begonnen, het verhaal van de steen van de Negende Zaligheid en hoe is het deze week afgelopen?
‘In de Walpurgisnacht, de nacht van 30 april op 1 mei, was het dan eindelijk zover. Een plan dat al tweeënhalf jaar in de koker zat, ging werkelijkheid worden. Wij, de samenzweerders van SJB, hebben toen met groot materieel de steen op de plek bij het monument van de Acht Zaligheden gelegd en de sporen vakkundig weggewerkt. We hebben ook een publicatiebord achtergelaten met een motivering van de actie en om de voorbijgangers de gelegenheid te geven hun reacties achter te laten. En er kwamen veel reacties: van voorbijgangers, van de media, van meer en minder deskundigen, van de heemkundigen, van winkelbedrijven die erop inspeelden. Met verbazing en ook met trots hebben wij, de bedenkers, het verloop van de grap gevolgd: het overtrof onze verwachtingen.’
Een feestweek
Ondertussen gingen de voorbereidingen voor de themaweek van SJB gewoon door. De verhalengroep die het plan had bedacht, wilde de week opsieren met de komst van Circus Bombarie van directeur Bolle Tini. De inschrijvingen van de jeugd stroomden binnen, de activiteiten kregen steeds meer vorm en de verschillenden werkploegen kregen steeds meer werk.
De week van Stichting Jeugdbelangen wordt ieder jaar gehouden in één van de laatste weken van de schoolvakantie, met ieder jaar weer een ander thema, met ieder jaar weer andere hoofdpersonen. Hoofdpersonen die het verhaal voor de kinderen ten tonele voeren en zorgen voor de nodige spanning. En spanning was er dit jaar eigenlijk al meteen toen de week nog maar net was gestart. Zodra de contracten tussen de kinderen en de circusdirecteur getekend waren, begonnen meteen de problemen.
Directeur Bolle Tini komt vertellen dat zijn circustent in brand is gevlogen en dat er eigenlijk helemaal niets meer van de eens zo fraaie piste over is. Daarom is hij met alleen maar een kleine circuswagen, de waarzegster met haar glazen bol en, o ja, ook met Groentje, naar Reusel gekomen. Als dan ook nog blijkt dat Circus Bombarie door geldschulden bijna failliet is, lijkt de feestweek helemaal in het water te vallen. Gelukkig weet de waarzegster met haar glazen bol contact te krijgen met de geest van de Gloeiige. Hij waarschuwt voor een kwade geest van gene zijde. De Gloeiige maakt duidelijk dat de problemen met het circus ook het gevolg zijn van het niet uitnodigen van de Bladelse Zwarte Kaat op de receptie van de 40 jarige SJB. De goede geest zelf is maar wat bang voor de wraak van de heks en ook de kinderen moeten er zich met een kruisje en een kopje brandnetelsap tegen wapenen. Dank zij de kinderen overwint de Gloeiige zijn angst. Dank zij de kinderen wordt er binnen twee dagen een heel nieuwe piste, bijna letterlijk, uit de grond gestampt en ook dank zij de kinderen is er op woensdagavond een echte circusvoorstelling met optredens van een keur van jonge circusartiesten. Alleen verloopt de slotact van de voorstelling niet zoals gepland. De verdwijntruc van de waarzegster wordt wel heel erg echt als uit de toverkast een zwarte vogel wegvliegt. Het lijkt er op dat alleen de geest van de Gloeiige kan helpen om de waarzegster uit de macht van Zwarte Kaat te krijgen. Vanuit een Afrikaans godenmasker, waarin hij zich heeft verstopt, meldt hij dat hij met de kinderen wil meewerken om de waarzegster te bevrijden. Als Zwarte Kaat laat weten dat de waarzegster in haar macht is en de komende nacht zal worden opgenomen in de heksenkring, wordt duidelijk dat de oudste kinderen snel op pad moeten om haar te redden.
Wonderlijke tocht
Die nachtelijke tocht zal de jeugdige deelnemers nog lang heugen. Voor het begin van de tocht krijgen ze het verhaal van de verschrikkingen waaraan Zwarte Kaat zich in het verleden heeft schuldig gemaakt, nog eens te horen. Daarna gaan zij op weg om de waarzegster te redden. Wanneer ze daarbij langs het monument komen, gebeurt het meest onwaarschijnlijke. De waarzegster komt uit het donker te voorschijn en tilt, in de macht van Zwarte Kaat, de enorme negende kei op en neemt die op haar rug. Daarmee gaat ze als een lichtspoor op weg naar de heksenboom waar ze opgenomen zal gaan worden in de bende van Kaat. Niets blijkt onmogelijk, want ze draagt de steen voor al die verbaasde kinderogen zelfs over het Kroonven. Pas aan de overzijde van het Kroonven laat ze de steen los. Dat ondertussen nog een deel van de groep door de bende van Kaat tijdelijk in de Zwarte schuur wordt vastgehouden, maakt het plot nog spannender. Dan meldt de waarzegster zich bij Zwarte Kaat. Daar krijgt ze de opdracht de geest van de Gloeiige te vernietigen. Daarvoor komt ze bij de afsluiting op vrijdagmiddag helemaal onverwacht uit de toverkast, maar haar kwade geest kan op het nippertje door een opgeroepen priester worden uitgedreven. Uiteindelijk komt dus alles wel goed en kan de geest van de Gloeiige vredig gaan rusten op zijn definitieve begraafplaats.
Het echte verhaal?
Maar, voorzitter Ruud van Cuyk, wat is er in die nacht met die negende kei nou echt gebeurd en wat gaan jullie er nu verder mee doen? Hij vertelt met vermoeide pretoogjes.
‘Bij het begin van de nachttocht lag de zware kei nog bij het monument. Die is door de waarzegster naar het Kroonven gedragen en ze heeft hem zelfs over het water naar de overkant weten te krijgen.Tja, en hoe dat allemaal gebeurd is, weten wij simpele zielen eigenlijk ook niet. Daarvoor zijn er toch wel hogere machten nodig - de geesten - dat zul je wel begrijpen. De kinderen hebben de steen bij het Kroonven gezien en ook gevoeld dat die daar lag. Het was dus allemaal wel heel erg echt. We hebben de steen daar later opgehaald en hem een plaatsje gegeven bij de rotonde, aan de grens van Bladel en Reusel. Dat lijkt ons zeker voorlopig een mooie plek. We hebben er een bordje bijgezet met daarop de tekst: Rust… wa’n zaligheid. Leek ons na heel dat gedoe van de afgelopen maanden wel toepasselijk. Maar of het ook rustig zal blijven? Dat moeten de geesten van deze en van gene zijde samen maar beslissen. Daar hebben wij als gewone stervelingen toch geen vat op.’
Einde van een mooi verhaal, een schitterende jeugdvakantieweek en een kostelijke, een keigoede grap. Een grap die de mensen in Bladel en Reusel en ook ver daarbuiten de afgelopen maanden in de ban heeft gehouden en in ieder geval genoeg gespreksstof heeft gegeven. Veertig jaar Stichting Jeugdbelangen, Wa´n Circus.
Terug naar de inhoud