Veel voorkomende roepnamen, voornamen en hun herkomst - Heemkunde Werkgroep Reusel

Koptekst
Ga naar de inhoud
Menuknop
Meisjesnamen

De meeste roepnamen van meisjes in ons dialect zijn door verkorting ontstaan. Zo komt Bet van Elisabeth, Bel van Isabella, Door van Dorothea, Gien van Regina, Jo van Johanna, Trees van Theresia, Zeef van Josephina, Kee van Cornelia, enz.

De meeste voornamen zijn van vreemde herkomst. In 1975 was maar 5% van de meisjesnamen 'inheems'. Hebreeuws met 22% en Engels ook met 22% waren de koplopers. Dan volgden Frans met 16%, Latijn 9% en Grieks 7%. Verder waren er nog enkele Duitse, Scandinavische, Italiaanse en Slavische namen.

In 1658 was de toestand nog heel anders. Toen was 47% van de namen van Hebreeuwse afkomst en daarna volgde Germaans 27% en Latijn en Grieks elk met 13%. Er was toen dus veel minder variatie.

De voornaamgeving van de oudste en tweede oudste dochter van een gezin was tot voor kort sterk traditioneel gebonden. De namen van de grootouders speelden een belangrijke rol bij de naamgeving. Vierentachtig procent van de oudste dochters werd genoemd naar de grootmoeder van vaders- of moederszijde. Maar een klein gedeelte werd naar de moeder, vader of peettante vernoemd.

De naam Maria is in ieder geval sinds de zeventiende eeuw (maar vermoedelijk al veel eerder) de populairste naam geweest in Reusel. De Mariaverering speelt hier natuurlijk een belangrijke rol. Andere veel voorkomende namen zijn: Anna, Catherina, Petronella, Johanna, Elisabeth en Adriana.
In de zeventiende eeuw is Lijsken nog een heel populaire naam, maar verdwijnt daarna snel. In 1574 verbood de R.K. Kerk het geven van Oudtestamentische namen (Mozes, Abraham, e.d.). Die komen in Reusel dan ook niet voor. Het verdwijnen van Germaanse namen is een gevolg van de niet aflatende strijd van de Kerk tegen heidense gebruiken, waaronder de naamgeving. Op het Concilie van Trente (1545-1563) heeft de Kerk het gebruik van Christelijke voornamen voorgeschreven.

Terug naar de inhoud