Typische benamingen van wegen, straten, paden, etc. - Heemkunde Werkgroep Reusel

Koptekst
Ga naar de inhoud
Menuknop
Straatnamen

Dijk
Veel Reuselse straatnamen eindigen op -dijk. Een dijk was een droogliggende, mogelijk hier en daar opgehoogde weg die door de hei liep en vaak een verbindingsweg was naar een naburig dorp. In het huidige dialect is een dijk meer een in- of uitvalsweg naar een naburig dorp gaan betekenen. Het eerste element van veel dijknamen geeft aan waar de dijk naar toe loopt: Blaolsendijk, Busdijk, Goordijk, Hulselsendijk, enz. Maar er zijn natuurlijk ook andere mogelijkheden: Hamelendijk, Kruisdijk, Langendijk, Groesdijk, Voetsendijk, Laarakkersdijk.
De voormalige Kruisdijk kruiste de Postelsendijk.

Straat
Het woord straat is ontstaan uit het Latijnse (via) strata 'geplaveide weg'. Reusel kent nog steeds De Straot. De betekenis zal geweest zijn: kom van een gehucht, bebouwd knooppunt van wegen.
De huidige Hoogemierdseweg heette vroeger Peststraat, hetgeen verwijst naar minder rooskleurige tijden. De huidige Denestraat heette in 1658 Daenestraet. We kunnen daarom wel aannemen dat het eerste element een voornaam is. Dat geldt ook voor de Zegestraat die in 1571 voorkomt als Zegerstraat. De Sleutelstraat is genoemd naar een herberg De Sleutel ter plaatse.

Weg
Het verschil tussen straat en weg is niet zo groot. Reusel kent wel veel meer straatnamen met straat dan met weg. Onder de Groteweg wordt meestal de weg van Arendonk naar Bladel verstaan. De Groeneweg (voor het eerst bekend in 1571 als gruenen wech) zal een met gras begroeide weg geweest zijn of een weg door het vrije veld. In 1571 kennen we ook al een Kerckwech en in 1613 een Eckerwech.

Baan
Onder een baan verstond men een grotere doorgaande weg. In 1917 wordt bijvoorbeeld melding gemaakt van de Arendoncksche baan, die in 1798 nog de grote baan van Bladel na Arendonk genoemd wordt. Deze weg liep o.a. waar nu Weijereind, Sleutelstraat en Voorste Heikant liggen. In de achttiende eeuw wordt deze weg ook wel de Herbaan na Arendonk genoemd. Een heerbaan was een relatief brede, gebaande verkeersweg. Oorspronkelijke waren deze wegen bedoeld voor het leger. De betekenis van heer is namelijk krijgsmacht.

Pad
Een pad was aanvankelijk uitsluitend bestemd voor voetgangersverkeer. Later natuurlijk ook voor fietsers. Een pad door bebouwde akkers (die korter was dan de weg) werd Binnenpèdje genoemd. Het belangrijkste pad was van oudsher het Kerkpad waarover men naar de kerk liep. In 1571 kennen we al het Kerckpadt.
Terug naar de inhoud