Dialect, woordenboeken en voorbeelden - Heemkunde Werkgroep Reusel

Koptekst
Ga naar de inhoud
Menuknop
Het Reusels Dialect

Jaren geleden kon je van inwoners  van bijvoorbeeld Lage Mierde vaak een spotzinnetje horen op het Reusels dialect.
Die zin luidde: hij kreeg een steen tegen zijn been en het was er door.
In onvervalst Reusels klonk dat ongeveer als: hij kròjjech ne stòjjen tegen z'n  bòjjen en 't was er djur.

Blijkbaar vielen twee klanken in het Reusels dialect heel sterk op omdat ze in  naburige dialecten niet voor kwamen (of misschien wel: niet meer voorkwamen).  Dat was op de eerste plaats de merkwaardige uitspraak van de ee als òjje in woorden  als een, steen, been, meer, zeer, leer, enz. Deze uitspraak is inmiddels wel zo  goed als verdwenen.

Een ander kenmerk van het Reusels dialect in de ogen van buitenstaanders is de  j-uitspraak in een aantal woorden als paard, haring, eens, eerst, gaarne die dan  klinken als: pjèrt, jèrring, jans, jurst, gjan. Deze uitspraak is inmiddels ook  bijna verdwenen.

De oudere generatie in Reusel spreekt in de meeste gevallen nog onvervalst Reusels.  Bij de jeugd is dat uiteraard heel wat minder geworden. Daarom heeft de HWR een  aantal jaren geleden het plan opgevat om een woordenboek samen te stellen van  het Reusels dialect.
Nu is het nog niet te laat!


De vierdelige serie woordenboeken, verschenen van 2002 tot 2006,  is geen alfabetisch geordend woordenboek. De ordening is systematisch, al is er wel een alfabetisch register toegevoegd.
De woordenschat is verdeeld in drie gebieden: woorden die betrekking hebben op de mens en woorden die betrekking hebben op de wereld. Het derde deel bevat vaktermen, die betrekking hebben op landbouw, houtbewerking, metaalbewerking, metselen, sigarenmaken, bijenhouden, enz.
In het deel over de mens kunt u woorden aan-treffen die te maken hebben met lichaamsdelen, zintuigen, ziekten, slaap, verzorging, eten en kleding. Natuurlijk ook woorden, die met de 'geestelijke' aspecten van de mens te maken hebben zoals verstand, gevoel, verlangen en moraal. Tenslotte is de mens als sociaal wezen vertegenwoordigd  met woorden op het gebied van familie, verwantschap, opvoeding, onderwijs, ontspanning,  geloof, enz.
In het deel over de wereld komen onderwerpen als hemellichamen, het weer, planten, dieren, woning, enz. aan de orde. Natuurlijk wordt de abstracte wereld niet vergeten met woorden die te maken hebben met tijd, ruimte, hoeveelheid, afmetingen, vormen, eigenschappen, enz.
In het laatste deel van het woordenboek komt een uitvoerige schets van het Reusels  dialect, een verantwoording van de gevolgde werkwijze, literatuurverwijzingen  en een alfabetisch register met grammaticale informatie. Van zelfstandige naamwoorden  wordt gezegd of ze mannelijk, vrouwelijk of onzijdig zijn, de meervoudsvorm en  het verkleinwoord wordt vermeld. Bij werkwoorden wordt zo nodig de verleden tijd  en het voltooid deelwoord vermeld. Omdat het nou eenmaal niet mogelijk is om af en toe een 'moeilijk' woord te gebruiken  komt er een lijst met begrippen die verklaard worden.
Elk dialectwoord wordt eerst vermeld in een eenvoudige spelling waarna de precieze  uitspraak volgt. Dan volgt een betekenisomschrijving, eventueel waar het woord  vandaan komt en zo nodig een voorbeeldzin. Dat ziet er dan bijvoorbeeld zo uit.

Jeremiëren jirremiejêêre
Weeklagen, jammeren.
Afleiding van Jeremias, de profeet die voortdurend zijn vermaningen verkondigde  en de ondergang van de stad Jeruzalem voorspelde.
Hij jeremieerde nogal tuun d'n dokter zijnen hoektand trok zonder te verdoven

Ergerweren èrgerwêêre
Bekvechten.
Van Middelnederlands argueren 'redetwisten' < Oudfrans arguer < Latijn argutare  'kletsen'.
Die twee kunnen noot akkerderen, 't is altij ergerweren en enteren.

Uiteraard komen er ook spreekwoorden en uitdrukkingen in het woordenboek voor.
Het niet in zijn staar hebben et niej in zen staor hèbbe
Het niet van plan zijn, het niet van zin zijn.
Staar komt (met andere uitspraak) in verschillende dialecten voor in de betekenis:  hoofd, voorhoofd. Het woord staar is dan ook identiek met het Duits Stirn 'voorhoofd'  en verder verwant met het Latijn sterno 'ik breid uit'. Staar komt van het Germaans  *sternjo < Indogermaans *ster- 'uitbreiden'.


Denkt u dat u nog iets weet over het Reusels dialect wat voor ons de moeite waard  is, dan kunt u e-mailen naar wgompel@yahoo.com
Terug naar de inhoud